Labgids (Vademecum)

Dit vademecum geldt alléén voor Eurofins Medische Microbiologie
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z

Fasciola hepatica

Antistoffen

Fasciola hepatica is een parasiet, welke via besmet voedsel of water wordt overgedragen. In de acute fase hebben patiënten koorts, buikpijn, gastro-intestinale klachten, urticaria en eosinofilie, welke tot enkele maanden kan duren. In de chronische fase kunnen afwisselend buikpijn, gastro-intestinale klachten, galwegobstructie en inflammatie ontstaan. 

Antistoffen tegen Fasciola hepatica kunnen worden aangetoond 2-4 weken na infectie. Succesvolle behandeling geeft vaak een verlaging in de antistoftiters, echter antistoffen kunnen jarenlang persisteren. Eieren zijn pas 5-7 weken later aantoonbaar in feces en kunnen tevens aantoonbaar zijn in materiaal van galwegdrainage. Bij een ectopische infectie zijn eieren niet aantoonbaar in de feces.

Indicatie
Voor het aantonen van een infectie met Fasciola hepatica
Deelgebied
Serologie
Techniek
Serologie
Doorlooptijd
1-2 weken
Materiaal
Serum
Afnamemateriaal
Stolbuis
Bewaarcondities
Koelkast, max. 48 uur
Referentiewaarden
Negatief, Positief
Opmerkingen

NB. Alleen in overleg met arts-microbioloog.


Deze bepaling wordt extern uitgevoerd.

Richtlijnen